
2025 moet het jaar worden waarin we de wooncrisis afwenden
Lees meer...
N.a.v. de 80e verjaardag van Matexi schreef Uitvoerend voorzitter Gaëtan Hannecart deze oproep tot dialoog en samenwerking.
Leven we in een wereld om op te bouwen, of bouwen we aan een wereld om in te leven?
Als onderneming zijn we een integraal deel van de maatschappij, en dat vereist een moreel motief achter alles wat we doen. Bij Matexi noemen we ons moreel motief onze ‘just cause’: iedereen verdient een fijne plek om te wonen. Huisvesting is namelijk een elementaire behoefte én een basisrecht verankerd in de Rechten van de Mens, in de Belgische grondwet, en in de Vlaamse Wooncode. In tijden van Covid werd dit zeer tastbaar en met de groeiende woonnood wordt de noodzaak om iedereen te voorzien van een comfortabele en energiezuinige thuis in een aangename buurt des te zichtbaarder.
Als familiebedrijf ontstaan uit een landbouwgezin, hebben we bij Matexi steeds met veel ondernemerschap en conform de tijdsgeest gehandeld; steeds met respect voor onze klanten en in samenwerking met talrijke partners. In de jaren 90 hebben we ons moreel motief echter geëxpliciteerd en het maatschappelijk belang van onze activiteiten tot de kern van Matexi gemaakt. We hebben er toen expliciet voor gekozen om een onderneming te zijn die bijdraagt tot het oplossen van maatschappelijke problemen. Want is voor een ondernemer niet elk probleem ook een opportuniteit?
Als ik nu – in ons 80e bestaansjaar – terugkijk, is het waarschijnlijk deze beslissing in 1997 waar ik het meest trots op ben en hetgeen de voorbije 25 jaar het meest bijgedragen heeft tot de groei van Matexi.
In de jaren 90 hebben we ons moreel motief geëxpliciteerd en het maatschappelijk belang van onze activiteiten tot de kern van Matexi gemaakt.
Maar we moeten vooruitkijken. Als we iedereen een warme, veilige, energiezuinige thuis willen bieden, dan hebben we nog een lange, bochtige weg af te leggen. Alleen dialoog en samenwerking kunnen ervoor zorgen dat we de juiste bochten aan de juiste snelheid nemen en niemand achterlaten. De uitdaging is tweeledig.
Ten eerste is er onze wooncultuur. Na de wereldoorlogen ontstond er een norm die ons landschap sterk heeft bepaald: het ideaal van een vrijstaande villa, omheind, en liefst met een grote tuin (en als het enigszins kan met een zwembad). Dit wordt generatie op generatie doorgegeven en ligt aan de basis van de versnippering van de open ruimte, de lintbebouwing, en onze afhankelijkheid van de auto.
Uit een recent onderzoek van de UHasselt over de woondroom van leerlingen uit het 5e en 6e middelbaar bleek dat nog steeds meer dan 80% van de jongeren aangeeft in een open bebouwing te willen wonen. Liefst in een dorpscentrum of tussen de velden, omdat het er minder druk is en er meer ruimte is voor natuur en groen. Het is geen aangename boodschap, maar we moeten durven te zeggen dat die woondroom en wooncultuur niet langer realistisch zijn.
De oplossing ligt erin om waardevolle open ruimte te beschermen – en waar mogelijk zelfs te herstellen – én bebouwde ruimte op aantrekkelijke wijze te verdichten.
Ten tweede is individualisme doorgeslagen, waardoor gemeenschapszin en solidariteit onder druk staan. De afgelopen decennia is deze tendens versneld door digitalisering, die virtuele connecties versterkt ten koste van echte, menselijke interactie.
We moeten er ons terug van bewust worden dat mensen net zozeer in buurten en gemeenschappen wonen, als in hun woning. We moeten verder kijken dan onze eigen voortuin, woning, en achtertuin. Wonen moet opnieuw samenleven worden, in buurten en dorpen die het contact en de interactie tussen mensen bevorderen.
Want een huis is veel meer dan vier muren met een dak op. Vanzelfsprekend biedt een huis of appartement zekerheid in een volatiele wereld, een veilige plek waar we onszelf kunnen zijn, en is het vaak ook een investering in onze toekomst. Maar een woning moet ook harmonieus passen binnen de ruimere omgeving en ons aanzetten om deel uit te maken van de lokale gemeenschap.
Om de uitdaging nog complexer te maken, bevindt de Belgische vastgoedmarkt zich in een perfecte storm. Gestegen bouwkosten, onduidelijke regelgeving, en hogere financieringskosten maken veel woonprojecten onhaalbaar, waardoor het aanbod van nieuwe, bijkomende, energiezuinige woningen stagneert, de stedelijke vernieuwing en energietransitie vertraagt, en de belastinginkomsten dalen. Zo blijven gaandeweg meer gezinnen, letterlijk en figuurlijk, in de kou staan.
Het betaalbaarheidsprobleem in België neemt zienderogen toe. De prijzen van nieuwbouwhuizen en -appartementen zijn de afgelopen drie jaar met respectievelijk 16,2% en 14,8% gestegen. Tegelijkertijd is de hypotheekrentevoet gestegen van 1,38% naar 3,03%, wat de koopkracht van Belgische gezinnen aanzienlijk heeft verminderd. En een bijkomend probleem is de btw op nieuwbouw. Het standaard btw-tarief van 21% op nieuwbouwwoningen maakt deze aanzienlijk duurder in vergelijking met bestaande woningen. Dit remt de bouw van de broodnodige bijkomende woningen af terwijl de vraag naar woningen sneller groeit dan het aanbod.
Daarenboven blijft het aantal vergunde woningrenovaties in België dalen. In de eerste zes maanden van 2024 nam dit met nog eens 4% af, wat de negatieve trend van de afgelopen twee jaar voortzet. Hoewel er een verlaagd btw-tarief van 6% geldt voor sloop en heropbouw, zijn de voorwaarden hiervoor strikt en niet altijd haalbaar voor alle projecten. Experts waarschuwen dan ook dat betaalbaar wonen alleen maar moeilijker zal worden als er niet wordt ingegrepen.
Daar willen mijn collega’s en ik ter gelegenheid van de 80e verjaardag van Matexi iets aan doen. We willen als marktleider tijdens het komende jaar de basis helpen leggen voor de woonmarkt van de toekomst. Wat kunnen we de volgende tien, twintig, dertig jaar doen om te evolueren naar een betaalbaar, toekomstgericht, kwalitatief, sociaal en ecologisch verantwoord woonbeleid in ons land? Een aantal antwoorden, of het begin ervan, dienen zich alvast aan.
We willen als marktleider de basis helpen leggen voor de woonmarkt van de toekomst.
We hebben niet de pretentie te zeggen dat we dé innovator zijn. We durven vooral te kijken naar onze rijke ervaring en hieruit lessen te trekken. We willen de ideologie en de slogans weghalen uit de planningsfilosofie en kijken naar hoe we samen werk kunnen maken van plekken waar het aangenaam wonen is. Goed bereikbare plekken, met de nodige lokale voorzieningen, en voldoende groen; plekken die mensen aanzetten om met elkaar in verbinding te treden en samen van het leven te genieten.
Dat vergt kennis, moed, en vertrouwen, maar bovenal een gezonde dosis goede wil, gezond verstand en durven overstijgen van de eigen dogma’s. Want als elk van ons zich kortzichtig aan zijn eigen belang of ideologie blijft vastklampen gaan we er niet geraken. Laat ons daarom de handen in elkaar slaan. Overheid, academici, investeerders en ontwikkelaars die een oplossing willen aanreiken.
Laten we elkaar niet zien als de vijand, laat ons de durf hebben om heilige huisjes te slopen, oprecht met elkaar in overleg te treden, én samen te werken. Laat ons ambitieus zijn!